Sport, je hoort er niemand over tijdens deze Tweede Kamer verkiezingen. Terwijl de ontwikkelingen over bewegingsarmoede alarmerend zijn. Uit onderzoek van de Hogeschool Arnhem-Nijmegen (Han) blijkt dat het negatieve effect van de coronacrisis op het bewegen in Nederland in 2020 alleen al 46.000 gezonde levensjaren heeft gekost. Een derde van de volwassenen vanaf 25 jaar ging minder wandelen, fietsen of sporten.

 

Al deze mensen zitten nu onder de richtlijn van 150 minuten matig intensief bewegen per week. Met als gevolg dat we minder oud worden of eerder gezondheidsproblemen krijgen. Nederland begeeft zich in een gezondheidscrisis. Dat dwingt het nieuwe kabinet tot de juiste vragen voor het regeerakkoord:

1. Pakken we de gezondheidscrisis doordacht aan?
Het is helemaal waar. De ziekenhuizen moeten op orde, de zorgmedewerkers veel beter beloont en het ministerie van VWS zal op de schop gaan. Toch wordt de gezondheidscrisis er niet mee opgelost. Willen we dat doel bereiken, is een on-Nederlandse investering in de sport nodig. De 160 miljoen euro, die er nu voor staat, is in vergelijking met de 100 miljard euro aan zorgkosten, een druppel op de gloeiende plaat. De gezondheidscrisis overwinnen we alleen, als preventie, sport, bewegen, een fundamenteel onderdeel uitmaakt van de aanpak. Hiervoor is minimaal een investering van 1 miljard euro nodig. 1 procent van de totale zorgkosten.

2.  Stimuleren we samenwerkingen tussen scholen en sportclubs?
Maandag 8 maart spraken leden van de KNVB Jeugdraad met Kandidaat Kamerleden van bijna alle politieke partijen. Ze riepen op om serieus meer te doen aan sport. De huidige twee uur per week, die nu bij wet is vastgelegd, is te weinig. Sport zou, net als rekenen en taal, een dagelijkse aangelegenheid moeten zijn. Verruim en stimuleer daarom samenwerkingen tussen scholen en sportverenigingen.

3. Maken we sport gratis toegankelijk voor alle kinderen onder de 18 jaar?
De kosten zijn circa 225 miljoen euro per jaar en de opbrengst is van onschatbare waarde voor de vitaliteit van Nederland. In Frankrijk begrijpen ze dat. Daar is in februari van dit jaar een convenant gesloten tussen de overheid, sport en onderwijs. Dagelijks krijgen leerlingen en studenten voortaan 30 minuten sportles. Bovenop de 3 uur bewegingsonderwijs per week die nu al wordt gegeven. Door nauwe samenwerkingen met sportclubs in de omgeving, kunnen leerlingen ook het hele jaar door verschillende sporten uitproberen.

4. Willen we sportverenigingen echt de helpende hand bieden?
Iedereen op ’t Binnenhof onderkent de kracht van de Nederlandse sportinfrastructuur: de sportvereniging is een veilige plek waar je niet alleen in beweging komt, maar ook mentaal groeit. Iedereen weet ook, dat dit voor de wereld unieke systeem op vrijwilligers drijft en dat het aantal ieder jaar afneemt. Hoe blijven we dat naar de toekomst toe organiseren? Wat is er nodig om iedereen een goede trainer te geven? Wanneer wordt er eindelijk eens wat gedaan?

5. Durven we het aan: een nationale Sport Commissaris?
Deze commissaris geeft leiding aan de te nemen maatregelen die nodig zijn om Nederland te wapenen tegen gezondheidsrisico’s. Door het land gezonder en sportiever te maken. De functie van de regeringscommissaris wordt vastgelegd in de Sportwet en is boven alle partijen verheven.

6. Zien we in sport het ideale middel om inclusie in de samenleving te bevorderen?
Niet alleen de KNVB moet een voorbeeldbond zijn op het gebied van het bevorderen van inclusiviteit en het bestrijden van racisme en discriminatie, ook ons kabinet mag het goede voorbeeld geven. Laat je bij de nieuwe regeringssamenstelling inspireren door de collega-politici in Nieuw-Zeeland en zie sport als een geweldige mogelijkheid om inclusie in de samenleving te bevorderen.

7. Voeren we de Suikertax in?
Bij McDonalds staan er files, de supermarkten liggen vol met suikerhoudende producten. Obesitas neemt zienderogen toe in onze maatschappij. Waarom horen we daar zo weinig over in het debat? Natuurlijk, ik snap de Vleestax, het klimaat moet op 1, maar gezondheid komt direct daarna. Voer de Suikertax in. Net als in Engeland en zoals de WHO adviseert. Maak gezond eten toegankelijk voor iedereen. Schaf de btw af op duurzame geteelde groente en fruit.

Of vergeet ik een vraag?


Probeer het maar. Het is gewoon niet uit te leggen. De nieuwe versoepeling: voetballen tot 27 jaar. Ik heb een poging gedaan, maar verder dan dat je tot deze leeftijdgrens in het verleden studiefinanciering kon krijgen, kom ik niet. Het is namelijk niet zo dat je vanaf je 27 ste bevattelijker bent voor het coronavirus, of er extra ziek door wordt.

 

Laat staan dat er iets bekend is over het besmettingsgevaar van buitensporten in relatie tot corona. Die vraag hebben we in december al eens gesteld aan het Outbreak Management Team (OMT). Aangezien we daar nog steeds geen antwoord op hebben gekregen, ondanks de belofte van premier Rutte er binnen drie weken op terug te zullen komen, is die relatie tot het virus er gewoon niet. Wel een positief effect. Bewegen is gezond. Voor iedereen. Helemaal nu. Deze ziekte laat zien hoe belangrijk het is om te bewegen en slechte voeding te voorkomen. Daar had de regering een strategie voor kunnen maken, bijvoorbeeld door ervoor te kiezen om buitensporten zo lang mogelijk te handhaven. Dan had je meteen iets gedaan aan de mentale veerkracht.

Ik houd daarom een dubbel gevoel over aan de persconferentie van afgelopen dinsdag. Aan de ene kant was ik verrast door het positieve nieuws dat spelers tot 27 jaar weer samen mogen voetballen en aan de andere kant is het onbegrijpelijk dat leeftijdsgroepen erboven nog steeds langs de kant moeten staan. Temeer omdat talloze seniorenteams bestaan uit voetballers onder of boven 27 jaar. Hierdoor kunnen teams alsnog niet samen de wei in. Volgens de routekaart van de rijksoverheid is dat pas het geval bij de fase ‘ernstig’, wanneer er 100 tot 250 coronabesmettingen op 100.000 inwoners per week worden geteld en minder dan 27 ziekenhuisopnames zijn per 1 miljoen inwoners per week. Vanaf dat moment mogen alle volwassenen (ook boven 27 jaar) weer trainen zonder anderhalve meter afstand en kunnen er bij de jeugd weer lokale wedstrijden tegen andere verenigingen worden georganiseerd. Dat laatste zal waarschijnlijk eind april, het geval zijn.​​​​​​​

De start van de KNVB Regiocup (kleinschalige regionale competities in het amateurvoetbal voor de rest van het seizoen) komt pas in beeld bij de fase ‘zorgelijk’. De fase ‘waakzaam’ is het signaal om de ‘normale’ competitie veilig op te starten. Toch is mij tijdens de vele online-gesprekken opgevallen dat dit niet iets is, waar de meeste clubbestuurders naar verlangen. Het liefste wil men weer zo snel mogelijk terug naar het verenigingsleven. Ballen met elkaar, publiek langs de lijn en nog mooier: de kantine open.

Hoewel ik natuurlijk op eerder hoop, verwacht ik dat we eind april met z’n allen mogen trainen en weer een wedstrijdje kunnen spelen. De start van de Regiocup wordt waarschijnlijk mei of juni van dit jaar. Dat zou misschien eerder kunnen, maar daar waar de jeugd geen voorbereidende trainingsperiode nodig heeft, geldt dat voor volwassenen wel.

De opening van de kantines is afhankelijk van de ontwikkelingen in de horeca. Mag je het terras op, dan ook de kantine in, is het standpunt van de KNVB. Daar zal geen zinnig argument tegen in te brengen zijn. Maar goed, de logica heeft dezer dagen wel vaker de inhoud van een lekke bal.



 

"Het voetbal moet nog beginnen, maar door de impact van corona, lijkt het erop dat de belangstelling voor de problemen wegebt."

 

Bekijk online versie

 

 

 

Column Jan Dirk van der Zee, directeur amateurvoetbal

 

Pakken we aan of kijken we weg?

 

Als de toeslagenaffaire bij de Belastingdienst ons iets heeft geleerd, is dat institutioneel racisme en discriminatie in onze samenleving wijdverspreid is en niet alleen in het voetbal bestaat. Daarom de vraag: hoe voorkom je het in de toekomst? Welke stappen moet je nemen om de bewust en onbewust ingesleten denkbeelden en patronen met wortel en tak uit te roeien?

 

Toen Excelsior-spits Ahmad Mendes Moreira op 17 november 2019 racistisch werd bejegend, stonden we in het voetbal op dezelfde manier met de rug tegen de muur. Anders dan bij de Belastingdienst was dat niet onze eerste keer. Het voetbal staat bol van de incidenten waarbij mensen worden uitgekafferd en uitgesloten. Als de dag van gisteren kan ik me herinneren dat ik onder de rook van Rotterdam naar een wedstrijdje stond te kijken van pupillen onder de acht jaar en er door ouders en spelertjes oerwoudgeluiden werden gemaakt. Maar niet alleen dat. Hoe vaak wordt er niet gescholden en getierd langs de lijn? De KNVB houdt alle meldingen bij en vanaf 17 november 2019 is het aantal bijna verdubbeld van 2 naar 3,5 per week.

Juist daarom stonden collega Eric Gudde van het betaald voetbal en ikzelf op 8 februari op het dak van amateurclub vv. Zeeburgia in Amsterdam om het aanvalsplan ‘ons voetbal is van iedereen’ te presenteren. Geflankeerd door drie ministers ontvouwden we onze gezamenlijke maatregelen tegen racisme en discriminatie. In gewoon Nederlands: begrip voor elkaar en normaal doen.

Vorige week, een jaar na dato, hebben we in een televisieprogramma op YouTube laten zien wat er tot nu toe van dat aanvalsplan terecht is gekomen. Hoe er met name aan de bewustwording is gewerkt. Met als belangrijke stap het aanstellen van oud-prof Houssin Bezzai als KNVB-programmamanager racisme en discriminatie. Er is veel tot stand gekomen met Houssin als aanjager en verbinder tussen alle partijen. Van de campagne #onelove, die 6 op 10 voetballers én fans heeft bereikt tot speciale trainers, opleidingen en opvoeding. Daarnaast zijn straffen verhoogd, speciale aanklagers aangesteld en is de discriminatie-meldingsapp gelanceerd. De commissie Mijnals, met voorzitter Humberto Tan en prominente leden als Ruud Gullit, geeft ondertussen gevraagd en ongevraagd advies aan de directie van de KNVB. De commissie pleit voor een voorbeeldsportbond: meer vrouwen, LHBTI’ers en medewerkers met een niet-westerse migratieachtergrond in alle lagen van de organisatie. Of zoals Gullit zegt: “Als bestuurders of organisaties er anders uitzien, ga je anders naar ze kijken.”

Samen dus racisme en discriminatie signaleren, sanctioneren en voorkomen. Daar gaat het om.

Toch maak ik me zorgen. Het voetbal moet nog beginnen, maar door de impact van corona, lijkt het erop dat de belangstelling voor de problemen wegebt. Alsof het er niet meer is. Daarom zou ik nu al willen ijveren voor een verlenging van het aanvalsplan. Of nog liever: een aanpak vanuit nationaal belang. Willen we echt een inclusieve samenleving, zonder racisme en discriminatie, dan is een speciaal gezant nodig die de koers bepaalt en boven alle partijen staat. Niet alleen voor de sport, maar maatschappij-breed. Een mooie suggestie voor de naderende verkiezingen.